Overzicht:

Onderzoeksrapport: Socio-demografische kenmerken van Vlaamse tienerouders

TitleOnderzoeksrapport: Socio-demografische kenmerken van Vlaamse tienerouders
Publication TypeOnderzoeksrapport
AuthorsDe Wilde, M.
PublisherCentrum voor Sociaal Beleid
Place PublishedAntwerpen
Year of Publication2009
Abstract

Methodologie. Dit rapport is de weerslag van het eerste onderzoek naar socio-demografische kenmerken van tienerouders in Vlaanderen. Als bronnen gebruikte De Wilde selecties uit twee gegevensdatabanken, met name de geboorteregistraties van kinderen tussen 2002 en 2006 in Vlaanderen geboren bij een moeder jonger dan 20 jaar (SPE - Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie) en de elektronische registraties van kenmerken van kinderen van moeders jonger dan 20 jaar, geboren en/of wonend in Vlaanderen, door regioteamleden van Kind & Gezin in dezelfde tijdsspanne (Ikaros-databank). Onderzochte moederlijke en vaderlijke parameters zijn: leeftijd, nationaliteit, beroepsstatus, diploma, burgerlijke staat en preventieve gezondheidszorg door Kind & Gezin. Resultaten. Ongeveer 80% van de moeders blijkt ouder dan 18 jaar. 30% is buitenlands van oorsprong, voornamelijk Turks of Oost-Europees. Slechts een kleine meerderheid van de minderjarige moeders noemt zichzelf student. Bij de meerderjarige moeders is dat 10%. Meer dan 70% van deze meerderjarigen is niet actief (werkloos of zonder beroep). Van de niet schoolplichtige moeders heeft ongeveer de helft een diploma hoger middelbaar. Een derde heeft een diploma lager middelbaar en een goeie 10% is lager geschoold. Meer dan 60% van de diploma‟s hoger middelbaar zijn beroepsdiploma‟s. 3/4e van de moeders zijn ongehuwd. Zowel qua beroepsstatus, diploma als burgerlijke staat wijken de tienermoeders af van hun leeftijdsgenoten: hun beroepsstatus en diploma is lager en ze zijn vaker getrouwd. Het mediane aantal huisbezoeken door regioteamleden van Kind & Gezin ligt rond het streefdoel (3à4), het mediane aantal consultaties bij regiohuizen van Kind & Gezin ligt iets lager dan het streefdoel, nl. 9 in plaats van 10 à 11. Van 20% van de vaders van de bestudeerde kinderen zijn geen gegevens bekend. De andere vaders zijn gemiddeld 5 jaar ouder dan de moeder. Eén derde van hen is allochtoon van oorsprong, ze zijn meestal actief (73%) en hebben meestal een diploma hoger middelbaar (57%). Conclusies. De profielen van de tienermoeders zijn sterk verschillend wanneer rekening gehouden wordt met de nationaliteit van oorsprong. De Oost-Europese moeders zijn vaker jong, laag geschoold, niet actief en hebben geen contact met de vader van hun kind. Noord Afrikaanse moeders en meisjes uit het Midden Oosten zijn ouder en in bijna 90% van de gevallen gehuwd. Ze bevinden zich vaak in een traditioneel rollenpatroon waarbij de vader werkt en de moeder laaggeschoold is en geen beroep heeft. De Belgische meisjes zijn redelijk vaak jong, maar hebben de beste diploma‟s en zijn het vaakst actief of studerend. Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat lage scholing en nationaliteit voorspellende factoren zijn voor jong moederschap. Het is aan de hand van deze studie niet te bepalen of moederschap ook gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het socio-demografische profiel van jonge vrouwen (en hun kinderen en partners). Aanbevelingen. Leerlingen uit het beroepsonderwijs en Oost-Europese tieners blijken twee doelgroepen waarvoor een aangepaste preventie en begeleiding dient voorzien te worden. Middelbare en hoge scholen kunnen hun drempel laag houden voor adolescente moeders door een stappenplan „tienerzwangerschap‟ uit te werken en door het oprichten van tienermoedervriendelijke crèches in de buurt van risicoscholen te stimuleren. De overheid kan voor studerende moeders het recht op bevallingsrust invoeren en diensten als Kind & Gezin, de VDAB of instanties voor tweede kans onderwijs lijken baat te hebben bij een doelgroepenbeleid en/of specifieke vormingen voor hun medewerkers.

Citation Key1363
Universiteit Antwerpen - University of Antwerp
Centrum voor Sociaal Beleid © 2005 - 2019