Overzicht:

Een simulatie van huursubsidies voor huishoudens in Vlaanderen. Een verdelingsanalyse.

TitleEen simulatie van huursubsidies voor huishoudens in Vlaanderen. Een verdelingsanalyse.
Publication TypeCSB Bericht
AuthorsVerbist, G., & Vanhille J.
PublisherCentrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck
Place PublishedAntwerpen
Year of Publication2012
Date Published02/2012
Abstract

Woonbeleid, zowel in de vorm van financiële ondersteuning als van sociale huisvesting, kan een aanzienlijke impact hebben op de inkomenspositie van huishoudens. Deze studie wil mee nadenken over de toekomst van het woonbeleid in Vlaanderen, zeker met het oog op de komende bevoegdheidsoverheveling inzake fiscaal woonbeleid als gevolg van de jongste staatshervorming. Met behulp van de microsimulatietechniek maken we een inschatting van het verdelingseffect van bestaande en alternatieve huisvestingsmaatregelen voor de Vlaamse gezinnen.

In eerste instantie vergelijken we de in natura voordelen die voortvloeien uit sociale huisvesting met cash voordelen, zoals de fiscale verminderingen voor huiseigenaars. Onze resultaten tonen dat de voordelen van sociale huisvesting zo’n vijf procent van de Vlaamse gezinnen ten goede komen, gezinnen die zich vooral in de onderste helft van de inkomensverdeling situeren. De geschatte waarde van het voordeel vertegenwoordigt gemiddeld 10% van het beschikbaar inkomen van deze groep. De fiscale voordelen voor eigenaars komen zo’n drie kwart van de Vlaamse gezinnen ten goede, met een hogere concentratie in de hoogste delen van de inkomensverdeling. Het netto financiële voordeel komt gemiddeld neer op 2,3% van het beschikbaar inkomen van deze gezinnen.

In een tweede luik onderzoeken we het effect van de introductie van een huursubsidie die huurders op de private markt financieel zou ondersteunen wanneer hun inkomen ontoereikend is om een degelijke woning te huren. Dergelijke huurtoelagen bestaan bijvoorbeeld in Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. We baseren deze huursubsidie op het concept van de betaalbaarheidskloof, dat we op twee manieren definiëren. Enerzijds betreft het de mate waarin de huurprijs voor een woning meer bedraagt dan 30% van het beschikbaar gezinsinkomen. Anderzijds berekenen we het inkomen dat gezinnen op basis van de budgetstandaard missen om een gepaste woning te huren op de private markt. Op van deze twee scenario’s zou ongeveer 17 tot 21% van de huidige private huurders in aanmerking komen voor een dergelijke huursubsidie (wat overeenstemt met zo’n 3% van de totale Vlaamse bevolking). Het aantal privaat hurende gezinnen dat in aanmerking komt volgens het eerste scenario is iets hoger dan voor de subsidie gebaseerd op de budgetstandaard, maar het verschil is erg beperkt. Aangezien de gesimuleerde huursubsidie middelengetoetst is, situeren de gerechtigden zich overwegend in het laagste inkomenskwintiel. Een dergelijke huursubsidie zou Vlaanderen 150 à 200 miljoen euro kosten. Om dit te financieren simuleren we een proportionele vermindering van de fiscale voordelen voor eigenaars met ongeveer 10% (een meer selectieve benadering is mogelijk, maar deze simulatie biedt reeds een eerste indicatie van de omvang). Afhankelijk van het scenario verliest zo’n 24 tot 33% van de bevolking op jaarlijkse basis minstens 100 euro. De verliezers (huiseigenaars met een hypotheeklening van wie het fiscaal voordeel wordt verminderd), verliezen gemiddeld 0,3 procent van hun beschikbaar inkomen. Daartegenover winnen de gerechtigden op de nieuwe huursubsidie, afhankelijk van het scenario, gemiddeld 10 tot 25% van hun initieel beschikbaar inkomen. De armoede onder eigenaars blijft ongeveer constant op een niveau rond de 8%. Afhankelijk van het scenario wordt met de huursubsidie het armoederisico van private huurders verminderd met ongeveer een vijfde, van een huidig niveau van 18,5% naar net geen 15% in het meest armoedereducerend scenario. Netto daalt de totale armoede in Vlaanderen met ongeveer 4%.

Deze simulaties betreffen enkel de eerste ronde effecten van een dergelijke beleidswijziging. Er wordt met andere woorden abstractie gemaakt van mogelijke macro-economische effecten of gedragsveranderingen, zoals wijzigingen in huur- of woningprijzen, of veranderingen in de keuze van woonstatus (bv. huurder versus eigenaar). We zijn niet in staat om dergelijke tweede orde effecten in onze simulaties op te nemen door gebrek aan gegevens. Uit de literatuur blijkt echter dat de prijselasticiteit van het woningaanbod een sterke rol speelt bij het bepalen van de uiteindelijke begunstigden van de financiële steun. Opwaartse druk op de huurprijzen na de invoering van huursubsidie is inderdaad mogelijk. Dit zal afhangen van de prijselasticiteit van het aanbod van huurwoningen: een inelastisch aanbod zou kunnen leiden tot hogere huurprijzen, waardoor de verhuurders de gedeeltelijke begunstigden van een dergelijke subsidie zouden zijn. Bij een meer elastisch aanbod zou een verruiming van het aanbod huurwoningen op de langere termijn dit effect echter kunnen temperen. Een soortgelijk mechanisme is trouwens ook aan het werk voor eigenaars: onderzoek heeft uitgewezen dat aftrek voor hypotheekrente resulteert in een opwaartse druk op de woningprijzen. Dit is zeker zo als de prijselasticiteit van het woningaanbod vrij laag is, wat volgens recent OESO-onderzoek in België op de lange termijn het geval zou zijn. Bijgevolg wordt de hypothecaire aftrek waarschijnlijk voor een groot deel doorgerekend in de woningprijzen, waardoor de uiteindelijke begunstigde van dit fiscaal voordeel wellicht eerder de verkoper dan de koper is.

Universiteit Antwerpen - University of Antwerp
Centrum voor Sociaal Beleid © 2005 - 2019