Overzicht:

Studeren met een leefloon. Een evaluatie van 10 jaar ‘studeren als billijkheidsreden om af te zien van de werkbereidheidseis’ in de leefloonwet

TitleStuderen met een leefloon. Een evaluatie van 10 jaar ‘studeren als billijkheidsreden om af te zien van de werkbereidheidseis’ in de leefloonwet
Publication TypeCSB Bericht
AuthorsDe Wilde, M., & Hermans K.
PublisherCentrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen
Place PublishedAntwerpen
Year of Publication2012
Pagination28
Date Published12/2012
Abstract

Sinds 2002 zijn studerende jongeren (scholieren én studenten), mits zij voldoen aan een aantal voorwaarden, gerechtigd op een leefloon. In deze bijdrage peilen Marjolijn De Wilde en Koen Hermans naar de eventuele contradictie tussen de toegenomen nadruk op arbeidsactivering in de leefloonwet en het financieel ondersteunen van een studieloopbaan die jongeren, mogelijk voor een lange periode, weghoudt van onmiddellijke inschakeling op de arbeidsmarkt. De methoden die we hanteren zijn: beleidsvergelijking, opvragen van dossierinformatie van studenten en gesprekken met maatschappelijk werkers, studenten en beleidsmedewerkers van OCMW’s.

We tonen in eerste instantie aan dat, wil België, met haar huidige organisatie van instellingen, ingaan op vraag van Europa om de onderwijskwalificaties van jongeren te optimaliseren, dan kan zij niet anders dan via de bijstand voorzien in een opvang van studenten in materiële nood. Als we er ten tweede van uitgaan dat het behalen van een secundair diploma en/of een diploma hoger onderwijs de arbeidskansen van jongeren vergroot, dan mag het OCMW-integratieproject ‘studie voltijds leerplan’ succesvolle arbeidsactivering genoemd worden. Uit onze analyse blijkt immers dat 80 procent van de jongeren een ruim jaar na het ijkpunt van ons onderzoek in een succesvol studietraject zit, wat betekent dat ze afgestudeerd zijn of nog de zelfde studie aan het volgen zijn. Tevens blijken de maatschappelijk werkers zowel als de studenten relatief tevreden over de begeleiding die ze bieden of ontvangen.

Samen met deze positieve evaluatie, doen we een aantal beleidsaanbevelingen. We pleiten enerzijds voor een meer preventieve aanpak van minderjarigen die als student cliënt dreigen te worden van een OCMW. Daarnaast vragen we om de verhoging van de huidige studiebeurzen, zodat er een beter evenwicht ontstaat tussen de studiefinanciering en de bijstand als een residuair systeem. Tevens vragen we om meer in te zetten het procedureel recht van cliënten. Momenteel speelt de vrijheid van OCMW’s om hun dienstverlening aan te passen aan de concrete situatie soms in het nadeel van de jongeren. Door cliënten bewust te maken van hun rechten en proceduremogelijkheden verkleint deze kans, zonder dat de voordelen van maatwerk worden opgeheven. Ten slotte zijn we van mening dat studeren (zowel in de wet als in de praktijk) nog te weinig als een volwaardig activeringstraject wordt beschouwd.

Universiteit Antwerpen - University of Antwerp
Centrum voor Sociaal Beleid © 2005 - 2019