Overzicht:

dr. Herman Deleeck

Herman Deleeck

1959. Herman Deleeck, een prille dertiger, werkte toen voor de studiedienst van het ACW. In die dagen ontmoette hij een jonge, en in zijn ogen beloftevolle student die een thesis maakte over de democratisering van het onderwijs. Daarvoor wilde hij 60 arbeidersgezinnen in Vlaanderen interviewen. Maar daar hij zelf een arbeidersjongen was met weinig middelen schonk Herman Deleeck hem een treinabonnement om gedurende één maand zijn verplaatsingen te kunnen betalen. De thesis werd later een overbekend en baanbrekend boek. En de student een beroemd hoogleraar. Dit verhaal typeert zeer treffend Herman Deleeck: zijn roeping en de weg die hij daarbij volgde.

De strijd tegen sociale ongelijkheden

De rode draad door heel zijn leven en werk was opkomen tegen ongelijkheid: sociale, culturele en inkomens ongelijkheden. Hij was er diep van overtuigd dat er een grote, structurele herverdeling nodig is van rijk naar arm, van sterk naar zwak, van jong naar oud, van gezond naar ziek. Meer gelijke kansen, niet verbaal maar effectief, door instellingen, beleid en overdracht van inkomens. Dat is de essentie van onze welvaartsstaat die hij in zijn laatste boek bejubelde als een "ongeëvenaarde hoogstaande samen levingsvorm, het geestelijk ideaal van Europa" (Deleeck, H. (2001), De architectuur van de welvaartsstaat opnieuw bekeken, Acco: Leuven/Leusden, 482 p.). Tegelijk zag hij er de beperkingen van in en schuwde hij de kritiek op de ondoelmatigheden van het sociaal beleid niet.

Het Matteuseffect

Het Matteuseffect is ongetwijfeld de bekendste stelling van professor Deleeck. Het is de kritiek op de werking van sommige herverdelingsmechanismen "die maken dat de voordelen van het sociaal beleid, verhoudingsgewijze en tendentieel méér toevloeien aan de hogere sociale groepen dan aan de lagere". De beste voorbeelden daarvan zijn de kinderbijslagen en de pensioenen. Gezinnen uit hogere sociale groepen ontvangen meer kinderbijslagen dan die uit lagere groepen omdat zij hun kinderen langer en in grotere getale laten voortstuderen. En omdat hoger opgeleiden langer leven dan lageropgeleiden genieten zij langer van hun (overigens ook hoger) pensioen.

Sociaal-wetenschappelijk onderzoek als kankeronderzoek

Als hefboom voor verandering gebruikte hij in de eerste plaats het wetenschappelijk onderzoek: zakelijk, systematisch en wars van alle vooringenomenheden. Hij was een rigoureus onderzoeker die zich graag spiegelde aan de positieve wetenschappen: "Onze sociale bewogen heid - schreef hij in zijn afscheidsrede - is geen emotie alleen… Op grond van wetenschappelijk onderzoek… willen wij diensten bewijzen aan de gemeenschap. Zo'n zakelijk gerichte bewogenheid wordt verwacht en aanvaard van een medicus die strijdt tegen kanker. Hetzelfde geldt voor de sociale wetenschapper." (Deleeck, H. (1993), Het sociale zekerheidsonderzoek. Een terugblik naar de toekomst, Afscheidscollege gehouden door Prof. Dr. H. Deleeck op 29 oktober 1993, Acco: Leuven).

Hij werkte veel; nauwgezet hield hij zijn bibliografieën bij. Hij las veel, niet alleen werken uit zijn vakgebied. Hij was een uitzonderlijk goed en vlijmscherp beoordelaar van teksten.

Hij streefde voortdurend de grootste intellectuele eerlijkheid na. Een sterk moment was wanneer één van zijn assistenten in zijn doctoraal proefschrift de door Herman Deleeck ontwikkelde en zo gekoesterde CSB-norm (om armoede te meten) scherp aanvocht op methologische gronden. Deleeck was het niet echt eens met die kritiek, maar hij vroeg nooit om wat dan ook te wijzigen aan de tekst. Voor de thesis kreeg de door Herman Deleeck zeer gewaardeerde assistent de PWSegersprijs met… Deleeck als voorzitter van de jury. 

De tramkaart

Herman Deleeck was één van de pioniers van het grootschalig empirisch sociaal-economisch onderzoek in België. Hij was de eerste om in 1975 door middel van een grootschalige bevraging van 5.000 gezinnen een sociale kaart te maken van de Vlaamse gezinnen. Deze bevraging gebeurde aan de hand van een vragenlijst amper groter dan een 'tramkaart' (hij was daar fier op omdat hij geloofde dat lange vragenlijsten slechte gegevens opleveren). 

De omvang, kenmerken en determinanten van de armoede (hij sprak liever van bestaansonzekerheid) werden in beeld gebracht terwijl voor het eerst de sociale doelmatigheid van de sociale zekerheid werd gemeten. Hij had hiermee een belangrijk instrument gecreëerd dat leidde tot belangrijke nieuwe wetenschappelijke inzichten: tussen de droom van sociale rechtvaardigheid en de uitbouw van een doelmatig sociaal beleid staan vele praktische bezwaren (Deleeck, H., Berghman, J., Van Heddegem, P., Vereycken, L. (1980), De sociale zekerheid tussen droom en daad. Theorie-onderzoek - beleid, Deventer/Antwerpen, Van Loghum Slaterus, 374 p.).

Dit onderzoek vormde ook de basis voor de ontwikkeling van het sociaal beleid in België. Als de crisis van de jaren 80 minder armen maakte in ons land dan elders dan was dat volgens een bevoorrechte getuige "omdat de armoede metingen van het Centrum voor Sociaal Beleid de situatie op de voet volgde en de politici stimuleerden tot selectieve, armoede bestrijdende sociale maatregelen" (G. Tegenbos in De Standaard van 1/11/2002).

Europese Sociale indicatoren

Herman Deleeck bleef doorheen de jaren onvermoeibaar hameren op de noodzaak om naast de courant gebruikte economische maatstaven (BNP, inflatie e.d.) ook kwantitatieve sociale indicatoren te ontwikkelen voor het beleid. Hij had veel invloed ook in Nederland (getuige hiervan zijn leerstoel in Leiden), in Europese scenakels en in andere Europese landen. Hij was de eerste in Europa om sociale indicatoren te ontwikkelen voor verschillende lidstaten (Deleeck, H., Van den Bosch, K., De Lathouwer, L. (1992), Poverty and the Adequacy of Social Security in the E.C.. A comparative analysis, Aldershot, Avebury, 201 p.). 

Vele jaren later (tijdens het Belgische voorzitterschap in 2001) werd beslist om op Europees niveau sociale indicatoren te gebruiken om de sociale performanties van de lidstaten in kaart te brengen. Dit was een belangrijke beslissing omdat hier wellicht de basis is gelegd voor het totstandkomen van een Europees sociaal beleid. Herman Deleeck behoorde tot de groep wetenschappers die de weg hiertoe hebben voorbereid.

De school van Deleeck 

Herman Deleeck heeft het Centrum voor Sociaal Beleid uit de grond gestampt. Hij was ook bewust bezig met het uitbouwen van een school. Hij wilde - zo schrijft één van zijn 'volgelingen' – "een groep geestelijke zonen en dochters die zijn woord zouden verkondigen" (P. Janssens in De Standaard 7/11/2002). Hij investeerde in mensen, gaf kansen, begeesterde, stimuleerde, overtuigde en hij besteedde steeds veel zorg aan het lesgeven. Hij maakte school en kreeg vele volgelingen. Weinig oud-medewerkers waren niet aanwezig op zijn begrafenis. Dat spreekt boekdelen: ten aanzien van zijn (oud)-medewerkers was hij bijzonder loyaal; hij bleef ze volgen doorheen hun levensloop en hij was erg trots op hen.

Hij heeft vele geschriften nagelaten, een twintigtal boeken en een indrukwekkend aantal artikels in binnen- en buitenlandse wetenschappelijke tijdschriften. Het laatste, nu nog in druk, over dood en ongelijkheid: professoren leven langer dan arbeiders. O …ironie. Hij heeft er laatst aan toegevoegd: "dit geldt natuurlijk enkel in algemene en statistische zin en niet voor individuele gevallen". Zijn boek "De architectuur van de welvaartsstaat" wordt ongetwijfeld een klassieker.

Tussen droom en daad

Herman Deleeck heeft een uitzonderlijk verdienstelijke academische loopbaan uitgebouwd. Maar hij was ook sociaal en politiek geëngageerd. Gedurende elf jaar was hij directeur van de studiedienst van het ACW; gedurende zeven jaar senator voor de CVP. Daarnaast was hij actief en stuwend lid van talrijke verenigingen en commissies (Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap; Koninklijke Commissie voor de Hervorming van de Sociale Zekerheid; Interdepartementale Commissie voor de Armoedebestrijding). Zijn engagement situeerde zich heel duidelijk en heel bewust aan christen-democratische zijde. Hij was een christelijk geïnspireerde sociaal-democraat die ook vele vrienden had in andere partijen. Op zijn begrafenis waren naast CD&V'ers ook zeer prominente SPa'ers en AGALEV'ers aanwezig.

Herman Deleeck had grote talenten: een briljante geest, een scherp verstand, een flamboyante persoonlijkheid. Hij was een onvergetelijke lesgever. Iemand ook met een opmerkelijke belangstelling voor mensen, met veel zin voor humor en zelfrelativering. Met Herman Deleeck had je nooit een saaie conversatie. Herman Deleeck was een uitzonderlijk man, als wetenschapper, als lesgever, als mens. Hij was zeer graag bij ons op UFSIA. UFSIA mag fier en dankbaar zijn zo iemand in haar midden te hebben gehad.

Dr. Herman Deleeck overleed op 31 oktober 2002. 

Universiteit Antwerpen - University of Antwerp
Centrum voor Sociaal Beleid © 2005 - 2017