Overzicht:

Onderzoeksprojecten

De onderzoeksactiviteiten van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck kunnen thematisch gegroepeerd worden in 10 inhoudelijke en 3 methodologische domeinen. Er wordt echter voortdurend gestreefd naar synergieën tussen de afgebakende domeinen. Naast specifieke het verwerven van specifieke kennis op de onderscheiden deelaspecten van sociaal beleid wil het Centrum immers ook een synthetische visie ontwikkelen met betrekking tot de herverdelende functie van de overheid in rijke welvaartsdemocratieën van vandaag en morgen. Het onderzoek richt zich zowel op algemene theorievorming in het domein van de sociale beleidswetenschap als op de ontwikkeling en toepassing van onderzoeksmethodologieën om het beleid te evalueren.

De centrale vraagstelling op dit domein is hoe een sociaal doelmatige inkomensbescherming kan verzoend worden met een efficiënt werkgelegenheidsbeleid. Voorbeelden hiervan vormen de analyse van werkloosheidsstelsels of arbeidsmarktveranderingen (zoals de dalende vraag naar laaggeschoolde arbeid) in functie van (minimum) inkomensbescherming, armoede(preventie), onderzoek naar de impact van schorsingen en sancties in de werkloosheidsverzekering op armoede en herintrede, naar de sociale impact van lastenverlagingen, rond werkloosheidsvallen, de werking van het tijdskrediet als werkgelegenheids-, eindeloopbaan- en zorgarrangement, enzovoort.

Het vraagstuk van armoede en inkomensongelijkheid behoort tot de kern van het onderzoeksterrein van het CSB. Op basis van grootschalige enquêtes bij huishoudens in België en andere welvaartsdemocratieën wil het CSB de evolutie van de omvang, de samenstelling en de oorzaken van armoede en sociale ongelijkheden opvolgen en interpreteren en dit vanuit de vraag naar de differentiële impact van beleid. Naast dit intertemporeel en internationaal vergelijkend onderzoek wil het centrum ook inzichten verwerven in het problematische karakter van armoede en inkomensongelijkheid in rijke welvaartsstaten.

In dit onderzoeksdomein gaat de aandacht uit naar de feitelijke werking van de sociale zekerheidsstelsels en van de belastingssystemen in België en in andere landen, naar de hervormingen en de aanpassingen aan veranderende sociaal-economische en demografische contexten en naar de sociale doelmatigheid in termen van armoedebestrijding en vermindering van sociale ongelijkheden. Methodologisch wordt gebruik gemaakt van de elders vernoemde simulatiemodellen, van de empirische analyse van sociaal-economische gegevens op individueel en huishoudniveau en van de analyse van beleidsdiscours.

Survey-gegevens blijven het belangrijkste werkinstrument van ons onderzoek. Dit vergt een aangehouden inspanning op het vlak van data-controle en -evaluatie. Daarnaast onderzoekt het CSB de gebruiksongelijkheden van administratieve data voor wetenschappelijk onderzoek. . Daarnaast is het CSB nu ook zeer pro-actief in het onderzoek naar de gebruiksongelijkheden van administratieve data voor wetenschappelijk onderzoek. Het valt immers te verwachten dat in een niet meer zo verre toekomst survey-gegevens (deels) zullen kunnen vervangen worden door goedkopere en exhaustieve statistieken.

Waar het onderzoek naar het sociaal beleid zich tot voor kort kon beperken tot het nationale beleid (met internationale vergelijkingen louter om het nationale beleid te informeren) wordt de Europese en globale dimensie van sociale herverdeling van langsom belangrijker: deels omdat internationale beleidsniveaus rechtsreeks of onrechtstreeks invloed krijgen op het nationale beleid, deels omdat de inkomensverdeling in toenemende mate bepaald wordt door een toenemende mobiliteit van bedrijven en van personen (migratie). Thans concentreert het CSB zich vooral op de Europese dimensie van het sociaal beleid. Uitgaande van de sociale subsidiariteit in een gemeenschappelijke markt wordt de vraag gesteld naar de houdbaarheid van nationale systemen van sociale herverdeling. De aandacht gaat daarbij o.m. naar de werking en de doelmatigheid van de Open Methode van Coördinatie - de actuele praktijk inzake sociaal beleid in Europa. De analyse van de sociale indicatoren die de OMC ondersteunen (en waartoe het CSB een substantiële bijdrage heeft geleverd) in functie van de vraag naar de sociale toestand in het Europa van de 25 lidstaten vormen vandaag een belangrijk onderdeel van de onderzoeksagenda van het Centrum.

Het onderzoeksdomein 'Gezin en Zorg' bouwt verder op de lange geschiedenis van dit thema binnen het CSB. De onderzoeksthema’s die worden opgenomen hebben betrekking op de veranderende positie van gezinnen in de samenleving en bevraagt het huidige sociale zekerheidsbestel in het licht van die veranderingen. Concreet gaat het dan bijvoorbeeld over éénouderschap en inkomenszekerheid, genderevenwichten in hersamengestelde gezinnen en zorg-stress bij tweeverdieners.

Binnen het onderzoek rond gezondheidszorg komen een ruime waaier van onderzoeksthema’s en analytische methodes aan bod. De onderzoeksprojecten zijn hoofdzakelijk empirisch en gericht op het aanleveren van informatie voor beleidsbeslissingen. Een eerste element waar binnen dit onderzoeksdomein bijzondere aandacht naar uitgaat zijn de zogenaamde verdelingsvraagstukken. Het aanleveren van Belgisch feitenmateriaal over billijkheid in gezondheid en in de consumptie en financiering van medische zorg is immers een belangrijke doelstelling. Een tweede thema dat binnen dit domein aan bod komt is de economische evaluatie. Voor alternatieve behandelingsmogelijkheden (voor specifieke aandoeningen) bijvoorbeeld worden kosten en effecten onderzocht. Het onderzoek moet op die manier helpen om een betere allocatie van beschikbare middelen te realiseren. De uitgevoerde studies hebben in toenemende mate beleidsimpact: analysemethodes worden verfijnder en kunnen gebruik maken van betere data. Zij worden uitgevoerd in multidisciplinaire samenwerking met artsen.

Migratie is naast vergrijzing eveneens een van de thema’s die meer recent werden opgenomen in de onderzoeksagenda van het Centrum. België, en andere West-Europese landen, kennen reeds geruime tijd een sterk positief migratiesaldo. De omvang en de aard van immigratie is bovendien sterk veranderd. Door sommigen wordt deze immigratie aanzien als een bedreiging voor onze verzorgingsstaat, terwijl anderen immigratie juist zien als het 'wondermiddel' dat de druk van de vergrijzing zal verlichten en de financiële houdbaarheid van de sociale zekerheid kan verzekeren Beide posities zijn echter te eenvoudig geformuleerd. De interacties tussen migratie en de verzorgingsstaat zijn immers veelvuldig en complex. Het opnemen van het migratiethema als ‘nieuwe’ onderzoekslijn, biedt dan ook veel potentie voor toekomstige onderzoeksprojecten.

In "Het Matteüseffect" (Deleeck et al., 1983) werd onder meer de organisatie en financiering van de onderwijsvoorzieningen onder de loep genomen. Deze onderzoekstraditie wordt nog steeds verder gezet. Het onderwijs was en blijft een zeer belangrijke sociale voorziening. Daarenboven vormen kennis en vaardigheiden in een geglobaliseerde kennissamenleving het comparatieve voordeel van hoogontwikkelde welvaartsstaten. Niet enkel initieel onderwijs, maar ook levenslang- en levensbreed leren komen steeds centraler te staan. Internationalisering, flexibilisering, permanente vorming en de aanwezigheid van achtergestelde groepen vormen de context waarbinnen het beleid werkzaam is. Rekening houdend met deze context focust dit onderzoeksdomein op de vraag naar de effectiviteit van het beleid in termen van verdere democratisering van het onderwijs. Zo wordt onder meer de evolutie van de participatie van lagere sociaal-economische groepen aan het initieel en levenslang- en levensbreed onderwijs bestudeerd in een internationaal vergelijkend perspectief, met het oog op het evalueren van de effectiviteit van het beleid in termen van gelijke onderwijskansen. De aandacht gaat hierbij zowel naar financieringsstructuren als naar de aard van het onderwijsaanbod.

Universiteit Antwerpen - University of Antwerp
Centrum voor Sociaal Beleid © 2005 - 2017