Overzicht:

Om de balans in een nieuwe welvaartsstaat : een dynamische stelselvergelijking in vijf landen uit de kopgroep in Europa en hun prestaties op het vlak van oude en nieuwe sociale risico's

In respons op veranderende omgevingsfactoren heeft de nationale verzorgingsstaat in Europa de voorbije decennia wezenlijke veranderingen ondergaan. In essentie ging het daarbij om een transitie van een sociaal model met primaire focus op ‘passieve inkomensbescherming en -compensatie ex-post’, naar een zogenaamde sociale investeringsstaatwaarbij de nadruk veeleer is komen te liggen op het ‘investeren’ in de socio-economische weerbaarheid van burgers. Dit onderzoeksprogramma moet bijdragen tot een beter begrip van de inhoud en de uitkomsten van deze ‘nieuwe welvaartsstaten’.

Het doel van dit onderzoeksprogramma is tweeledig.

Ten eerste moet het meer inzicht bieden in de relatie tussen de omslag naar de investeringsstaat enerzijds en de evolutie van armoede en ongelijkheden anderzijds. Centraal staat onder meer de vraag of het ‘nieuwe welvaartsstaatbeleid’ heeft bijgedragen tot een vooruitgang op deze terreinen. Op het vlak van financiële armoede en inkomensongelijkheden lijken thans beschikbare indicatoren echter weinig verbetering te suggereren. Dit zou misschien kunnen betekenen dat het beleid gericht op participatiebevordering en verbreding van de sociale dienstverlening aan werkende gezinnen ten koste is gegaan van het herverdelend vermogen van de welvaartsstaat. Bovendien is de vraag hoe de beleidsvernieuwingen zich verhouden tot verschillen in uitkomsten op het vlak van nieuwe sociale risico’s zoals lage scholing, zorgbehoevendheid of alleenstaand ouderschap?

Een tweede doel van dit onderzoeksprogramma bestaat erin te achterhalen of en waarom het ene land op het vlak van uitkomsten (in termen van armoede en sociale ongelijkheid) mogelijk succesvoller is geweest dan het andere. Weliswaar is er een zekere universaliteit in beleidsontwikkelingen en –uitkomsten maar er bestaan tevens grote verschillen tussen landen. De vraag is hoe deze verschillen zich verhouden tot deze in de evolutie van de inkomensongelijkheid en financiële armoede.

Om een antwoord te vinden op bovenstaande onderzoeksvragen zal enerzijds een empirische vergelijkende (cross-sectioneel en intertemporeel) analyse worden ondernomen van de gevolgen van bepaalde beleidsontwikkelingen voor sociale ongelijkheden. Specifieke aandacht moet daarbij uitgaan naar het herverdelend vermogen van het sociale beleid in brede zin. Anderzijds wordt een integrale institutionele beleidsanalyse opgezet die meer inzicht moet verschaffen in eventuele verschuivingen in het institutionele raamwerk en beleidskader van welvaartsstaten. Zowel de beleidsanalyse als het empirisch onderzoek naar de uitkomsten zal gebeuren vertrekkend van gemeenschappelijke data die worden vergaard in een derde onderzoeksluik. Hiervan zullen - naast het verzamelen van macro-indicatoren - een vijftal landenstudies waarbij nationale experts relevante beleidsveranderingen in kaart brengen, een zeer belangrijk deel uitmaken. De onderzoeksbevindingen en verworven inzichten zullen worden samengebracht en met elkaar geconfronteerd in een vierde onderzoeksluik. De vier onderdelen van het onderzoeksprogramma.

Dit onderzoeksprogramma wordt gezamenlijk uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen (Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck – Departement Sociologie) en de Vrije Universiteit Amsterdam (Faculteit der Sociale Wetenschappen), onder coördinatie en supervisie van Prof. Bea Cantillon (UA), Prof. Anton Hemerijck (VU) en Prof. Kees Van Kersbergen (VU3). Tot het internationale informantennetwerk behoren J. Kvist (SFI, Kopenhagen), B. Nolan en M. Daly (Dublin University), K. Nelson en J. Palme (SOFI, Stokholm).

Universiteit Antwerpen - University of Antwerp
Centrum voor Sociaal Beleid © 2005 - 2020